|
Piet de Wit in gesprek met
Marlies Brinkhuijsen
Marlies Brinkhuijsen, 45 jaar, sinds 1 maart 2008 universitair docent bij de Leerstoelgroep Landschapsarchitectuur aan de WUR.
Marlies is op 13 oktober 2008 gepromoveerd op het proefschrift LANDSCAPE 1:1, a study of designs for leisure in the Dutch countryside.
Je bent in 1988 afgestudeerd. Wat ben je daarna gaan doen?
Na mijn afstuderen vond ik een baan bij een klein ontwerpbureau in Maastricht. Hoewel ik het daar erg naar mijn zin had, ben ik toch na een jaar weer teruggegaan naar het midden van het land. Mijn vriend werkte in Almere; gezien de afstand moest een van beiden naar een andere werkkring uitzien. Zeker in die tijd was het makkelijker werk te vinden in of bij de Randstad dan in Zuid Limburg. Ik kreeg een baan aangeboden bij Grontmij in Lelystad. Als ontwerper was ik daar een eenling temidden van hoofdzakelijk uitvoerders. Na twee jaar ben ik overgestapt naar de centrale adviesafdeling in De Bilt. Ik heb er gewerkt aan plannen op alle schaalniveaus, van de inrichting van natuurvriendelijke oevers tot studies voor een nieuw Schiphol in zee. Eind 1999 heb ik de overstap gemaakt naar onderzoeksinsituut Alterra. Het verschil tussen consultancy en onderzoek is minder groot dan je zou verwachten. Hoewel een groot deel van de studies bij Alterra worden uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van LNV zijn vaak andere partijen betrokken, in samenwerkingsverbanden. Daarnaast worden er veel onderzoeken uitgevoerd in opdracht van andere overheden en marktpartijen.
Hoe ben je ertoe gekomen te gaan promoveren?
Bij Alterra en LNV ontstond het idee om het onderzoeksprogramma Groene Metropolen, dat een veel directere relatie met de praktijk had dan andere onderzoeksprogramma¡¯s, meer wetenschappelijke basis te geven door enkele onderzoekers te laten promoveren op ¨¦¨¦n van de thema¡¯s in het programma. Ik had een vaag idee dat ik ooit nog wel eens zou willen promoveren en de samenwerking van Alterra met de universiteit was een gunstige situatie. Ik vond het wel een interessant aanbod. In 2003 ben ik begonnen bij de leerstoelgroep Sociaalruimtelijke Analyse, die ook de opleiding Leisure, tourism and environment verzorgt. Ondanks alle medewerking was het niet altijd gemakkelijk om werk, onderzoek, gezin en andere bezigheden op elkaar af te stemmen. Daarnaast was ook het beschikbare budget niet toereikend en moesten we wegen zoeken om het onderzoek te financieren. Met geld van de universiteit, van Alterra, van het Ministerie van LNV, een subsidie van Belvedere, het EFL fonds en heel veel eigen tijd is het uiteindelijk gelukt. Het onderzoek heeft langer geduurd dan aanvankelijk was voorzien, maar op 13 oktober heb ik mijn proefschrift kunnen verdedigen. Een bijzondere ervaring.
De volgende stap in je carri¨¨re is die van universitair docent bij de Leerstoelgroep Tuin- & landschapsarchitectuur. Hoe ben je daartoe gekomen?
Na mijn promotieonderzoek was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Het wetenschappelijk onderzoek waarbij je de diepte in kunt, smaakte naar meer. Door het vertrek van Peter Vrijlandt was er een vacature ontstaan bij de leerstoelgroep.
In de periode bij Alterra en tijdens mijn onderzoek had ik al regelmatig afstudeerders van verschillende ontwerpopleidingen begeleid en werkte ik soms als gastdocent. Ik vond onderwijs geven leuk, en de functie aan de leerstoelgroep bood de mogelijkheid om onderwijs en onderzoek te combineren. We zijn nu bezig om een goed onderzoeksprogramma op te zetten en daarvoor de benodigde gelden te organiseren.
Wat vind je van de opleiding in Wageningen?
De opleiding is in de loop der tijd flink veranderd. De afgelopen jaren is er veel tijd en energie gestoken in het ontwikkelen van een nieuw onderwijsprogramma dat in 2007 is ingevoerd. E¨¦n van de kenmerken is dat bij het begin van de studie de verschillende vakken worden geïntegreerd, waardoor de samenhang tussen verschillende disciplines en schaalniveaus van meet af aan duidelijk is. Later vindt dan per onderwerp verdieping plaats. Je krijgt nu als eerstejaars student een goede indruk van de opgaven en de complexiteit waar je als landschapsarchitect mee te maken krijgt
De studie bestaat uit twee delen: een Bachelors van drie jaar waarvoor het onderwijs voornamelijk het Nederlands wordt gegeven en een Masters van twee jaar die geheel in het Engels plaatsvindt. Aan de Masters nemen ook veel buitenlandse studenten deel. Omdat Wageningen opleidt voor een Masters of Science titel (MSc), worden behoorlijke eisen gesteld aan het academische niveau. Voor een landschapsarchitect is creatieve vaardigheid onontbeerlijk; voor de Wageningse landschapsarchitect is daarnaast een wetenschappelijke benadering op universitair niveau noodzakelijk. Dat betekent dat studenten in staat moeten zijn om een goede probleemstelling en gerichte onderzoeksvragen te formuleren, een nauwkeurige analyse te maken en de keuzes te kunnen onderbouwen die in het ontwerpproces worden gemaakt. De ontwerpvaardigheid is natuurlijk ook een belangrijk aspect van de opleiding. Die combinatie blijft bijzonder.
Er zijn meer opleidingen in Nederland voor Landschapsarchitectuur, jij bent bij sommige opleidingen ook gastdocent en begeleider geweest. Wat vind je daarvan?
Iedere opleiding heeft zijn eigen accenten en eigen kwaliteiten. Op Larenstein leer je bijvoorbeeld meer over de technische uitvoering dan in Wageningen. Op de Academie van Bouwkunst ligt de verhouding tussen vormgeving en onderzoek bij het afstuderen anders dan in Wageningen. Nederland heeft ook een andere benadering dan opleidingen in het buitenland. Wat ik in Wageningen uniek vind, is de combinatie van ontwerp en onderzoek, en de integrale aanpak van opgaven op het regionale schaalniveau dat in het buitenland veel minder aandacht krijgt.
Ik zie de toekomst van de leerstoel met vertouwen tegemoet. Er zit veel energie, het borrelt aan alle kanten. De komende jaren zullen de resultaten zichtbaar worden van het nieuwe onderwijs- en het onderzoeksprogramma. Dat zal ook doorwerken in de beroepspraktijk.
Met deze verwachtingsvolle uitspraak was ons gesprek beëindigd. Marlies werkt drie dagen in Wageningen en ¨¦¨¦n dag thuis en heeft daarmee een drukke werkkring. Daarbij komt nog de zorg voor haar gezin en een dosis vrijwilligerswerk binnen en buiten het vakgebied. Ik wil dan ook dit verhaal afsluiten met dank aan Marlies dat zij ondank haar drukke agenda toch ruimte heeft vrijgemaakt voor dit gesprek en wens haar veel succes in haar nieuwe werkkring.
De C.V. van Marlies Brinkhuijsen kan je vinden in onze database.
Informatie over de leerstoel: www.lar.wur.nl (binnenkort de gehele tekst van Marlies¡¯ proefschrift als PDF.)
klik hier voor een filmopname van de gehele verdediging van het proefschrift.
|