AWL

Leerstoelgroep

Interview

Database

Mentorschap

Agenda

Vraag & aanbod

Vacaturebank

Links

 
 

Een gesprek met Jusuck Koh over de kwaliteit en het profiel van de opleiding en over de rol van de alumni

Gerda Roeleveld & Anneke Nauta

Tijdens de jaarvergadering van de AWL maakte Jusuck Koh, hoogleraar landschapsarchitectuur in Wageningen, de aanwezigen deelgenoot van zijn zorg over de positie van de leerstoelgroep landschapsarchitectuur binnen de huidige context van de WUR. Wageningen levert landschapsarchitecten af van redelijk niveau, ook internationaal gezien, maar de kwaliteit van de opleiding staat door het korte en overladen programma onder druk. Bovendien is de opleiding zelf binnen de universiteit vrijwel onzichtbaar. Reden om Jusuck nog eens om nadere uitleg te vragen en tegelijkertijd met hem van gedachten te wisselen over wat de AWL voor hem kan betekenen. Op 3 maart jl. spraken Gerda Roeleveld en Anneke Nauta met hem.

Jusuck illustreert zijn visie op de onzichtbaarheid van de leerstoelgroep aan de hand van een ‘nest’ dozen: op de buitenste deksel staat  Enviromental Sciences Department, daarbinnen zit een doos gestickerd met Center Landscape, dan volgt er een met het opschrift Laboratory of Landuse Science en tenslotte komt de laatste deksel tevoorschijn: Chair Landscape Architecture. Met de afstudeertitel is het al niet veel beter: ‘landschapsarchitect’ blijkt één van de drie  subtitels (specialisaties) van de universitaire titel Master of Science Landscape Architecture and Planning. Gelukkig is daar nog het landschapsarchitecten register, dat alleen open staat degenen die de landschapsarchitectuur specialisatie hebben gevolgd, maar in het buitenland kijkt men eerder naar een academische titel dan naar een register.

De onzichtbaarheid betekent niet alleen dat je op de WUR website wel even bezig bent als je informatie over de opleiding landschapsarchitectuur zoekt. Het zegt ook iets over de

zelfstandigheid van de opleiding binnen de organisatie van de WUR.

Het studieprogramma bijvoorbeeld – met z’n 5-jarige Master opleiding toch al twee jaar korter dan de Amerikaanse kwaliteitsopleidingen voor landschapsarchitecten – biedt te weinig ruimte voor hoogwaardig ontwerp onderwijs. Er ligt volgens Jusuck Koh een naar verhouding te zwaar accent op verplichte (sociaal-)wetenschappelijke vakken, wat ten koste gaat van de artistieke vorming. Hij zou ook meer tijd in de studie willen inruimen voor ontwerptheorie en de geschiedenis van het vakgebied.

Het is hem bovendien tegengevallen dat ontwerponderwijs in Wageningen door sommigen als niet-wetenschappelijk wordt beschouwd en daarom niet op z’n plaats aan een universiteit. Een top universiteit als Harvard echter heeft er geen moeite mee om zelfstandige ontwerpopleidingen aan te bieden, integendeel. Ook in Delft en Eindhoven worden de architectuuropleidingen als waardevolle onderdelen van de universiteit beschouwd. En dat terwijl juist de Wageningse landschapsarchitectuur opleiding, met de aanwezigheid van zoveel wetenschappelijke expertise over alle aspecten van de groene ruimte onder hetzelfde dak en bovendien zeer internationaal georiënteerd, een geweldig comparatief voordeel heeft boven andere binnen- en buitenlandse opleidingen. Jusuck zou meer tijd willen inruimen in het curriculum om van de Wageningse ‘natural science’ expertise te kunnen profiteren; dat dit ten koste zou moeten gaan van de meer sociaal-wetenschappelijke oriëntatie van het huidige studieprogramma acht hij verantwoord.

Jusuck Koh denkt dat een verdere samenwerking met de Hogeschool Larenstein een mogelijkheid zou kunnen zijn om het gebrek aan zichtbaarheid en de mogelijkheden voor artistieke vorming te ondervangen. Dit initiatief moet nog concreet worden uitgewerkt, het zou kunnen leiden tot een Nederlandse ‘School of Landscape Architecture’.

We praten door over de mogelijke rol van de alumni, de AWL is immers mede op verzoek van Koh opgericht.

Jusuck heeft twee suggesties voor het betrekken van alumni bij het Wageningse onderwijs. In de eerste plaats denkt hij aan een zelfstandige lezingenserie door alumni, hetzij elke derde donderdag van de maand één, hetzij een set van drie lezingen op één avond en dat eenmaal per semester. Voorstellen van de kant van de AWL voor het komende studiejaar (te beginnen in september a.s.) ziet hij graag tegemoet.

Een tweede suggestie betreft het organiseren van een debat (en/of essaywedstrijd) over de vraag: waarom is Nederland zo mooi? Hoe is dat gekomen (welke mechanismen ), hoe kunnen we het zo houden, wat zijn de dreigende gevaren en welke rol kunnen landschapsarchitecten daarin spelen? We zouden met dit thema moeten proberen de landelijke pers te halen. Er kan ook verband gelegd worden met de architectuur biënnale 2008 in Apeldoorn.

Jusuck Koh besluit het gesprek met de verzuchting dat het jammer is dat er niet meer in het engels gepubliceerd wordt. Het zou de internationale positie van de NL landschapsarchitectuur zeer ten goede komen als daar iets aan gebeurde. Een blad als Blauwe Kamer steekt gunstig af bij vergelijkbare tijdschriften uit de VS, als de artikelen ook een engelse vertaling krijgen wordt een veel groter lezerspubliek bereikt. Jusuck is van plan dit op te nemen met de redactie van de Blauwe Kamer. Wij zijn benieuwd!

Vragen aan onze leden:

  • Wat is jullie mening over het belang van artistieke vorming en ontwerptheorie als onderdeel van de opleiding tot landschapsarchitect aan de universiteit van Wageningen? Hoe heb je dat destijds in je eigen studie ervaren? Is Wageningen inderdaad een uitzondering wat betreft het als niet-wetenschappelijk beschouwen van een ontwerpopleiding (vergeleken met bijv. Delft en Eindhoven?) Kunnen we daar als alumni(vereniging) iets aan doen?
  • Hoe denken de leden van de AWL over verdere samenwerking tussen Larenstein en Wageningen?
  • Welke onderwerpen zouden aan de orde kunnen komen in een lezingenserie voor studenten (en alumni)?
  • Zien de leden in dit kader iets in een debat rond het thema; Nederland mooi? Of zijn er andere suggesties?
 
 
 

Archief:

Kerkstra en Vrijlandt

Een interview met Peter Vrijlandt en Klaas Kerkstra naar aanleiding van hun afscheid van de leerstoelgroep.

Lees verder

Rudi van Etteger

De goede naam die we hebben moet nu worden onderbouwd met een theoretisch fundament.

Lees verder