Hoe ben je ertoe gekomen voor deze studie te kiezen?
In het laatste jaar van de middelbare school kreeg ik informatie over het vakgebied van Tuin- en Landschapsarchitectuur. Vanaf dat moment kan ik mij eigenlijk niet voorstellen dat iemand een ander vak kiest. Tijdens mijn studie heb ik veel les gehad van Hans Warnau, zijn analytische methoden spraken mij erg aan, en tevens dat hij ontwerpen benaderde vanuit een maatschappijvisie. Ook heeft hij me in contact gebracht met het werk van Hein Otto, met hem trok ik daarna vriendschappelijk op.
Je bent in 1984 afgestudeerd, wat heb je daarna gedaan?
Aanvankelijk leek het erop dat niemand op mij zat te wachten. Ik had wel behoefte aan praktijkkennis, daarom heb ik een tijd gewerkt bij kwekerij Schiphorst in Wageningen. Na ongeveer een jaar vond ik een baan in het bureau van Jörn en Lia Copijn, waar ik vooral heb gewerkt aan renovatieplannen voor historische parken en landgoederen, zoals Oud Groevenbeek bij Putten. In dat bureau werden in die tijd drie ontwerpstijlen gehanteerd, vrijwel autonoom naast elkaar: zakelijk, historisch en antroposofisch. Dat heb ik altijd heel mooi gevonden.
In 1991 ben ik overgestapt naar Zandvoort Ordening & Advies (later onderdeel van Royal Haskoning) en heb daar vooral gewerkt aan wijken en parken, zoals het Wheerepark in Obdam. In die tijd heb ik veel geleerd van de stedenbouwkundige expertise van Zandvoort, toen een heel gerenommeerd bureau. Na allerlei afstemmingsproblemen ontstond uiteindelijk een effectieve samenwerking met de procesmanagers en technische specialisten van Haskoning Nijmegen op gebied van windenergie. In die tijd heb ik o.a. het landschapplan gemaakt voor het nieuwe windmolenpark langs de kust van de Noordoostpolder, het grootste van Nederland. Ook hebben we windplannen gemaakt voor de provincies Utrecht en Overijssel en de havengebieden van Amsterdam en Rotterdam.
In 2001 maakte ik de overstap naar de Grontmij met als werkterrein kleinschalige projecten, zoals de uitbreiding van begraafplaats Warnsveld en de groenstructuur van de nieuwbouwwijk Essenpas in Bemmel. Bij de Grontmij werkte ik samen met de hydroloog Peter Groenhuijzen, waardoor mijn belangstelling werd gewekt voor de relatie van water en RO. Uit deze samenwerking is de website AquaRO geboren, die in opdracht van het waterschap Rivierenland is ontwikkeld om RO en water aan elkaar te knopen (zie www.AquaRO.nl). Hierop staan mede 800 foto’s die gratis beschikbaar zijn. In 2004 volgde de stap naar AmerAdviseurs, daar kon ik mijn eigen ideeën niet voldoende ontwikkelen. In 2007 ben ik gestart met GrondRR – landschapsarchitect bnt (www.grondrr.nl).
Wat is het werkterrein van jou bureau?
Op gebied van landschapsbeleid liggen de accenten duidelijk op macro- en op microschaal. Het tussenliggende mesoniveau ontbreekt grotendeels. Dat is jammer want het vormt een schakel van macro naar micro en kan ook de ervaringen en inzichten van het microniveau borgen en gestructureerd uitdragen. Ik werk nu veelal aan methoden en instrumenten om dat mesoniveau in te vullen.
Naast AquaRO is ook de ambitieladder waterbeleid een mooi voorbeeld, die is geïnspireerd op een Australische methodiek. De ambitieladder is een hulpmiddel voor het bepalen van waterambities en geeft richting aan samenhang met andere belangen en aan de unieke mogelijkheden van water als bouwsteen voor ruimtelijke identiteit. Hierbij werk ik samen met o.a. de opdrachtgever waterschap Rivierenland, Deltares, Grontmij en Govert Geldof. Samen met Grontmij passen we de methode toe in de watervisies voor Nijmegen en Arnhem. En met Tauw werk ik aan een methode om de cultuurhistorische waarde van natuurvriendelijke oevers te vergroten, dit in opdracht van Landschapsbeheer Nederland.
|