
Foto: RPB / Cees van der Veeken |
|
Naam Gertjan Jobse
Leeftijd 27
Afgestudeerd in 2004
Woonplaats Middelburg (af en toe in Warszawa, Polen)
Huidig werk Bosch Slabbers + freelance (1 dag in de week) |
Waarom heb je er destijds voor gekozen om landschapsarchitectuur te studeren?
Wat mij aansprak is te zien hoe mensen omgaan met de omstandigheden waarin ze leven. Je kunt die passie voor landschap natuurlijk ook uitleven in andere opleidingen, maar binnen landschapsarchitectuur krijg je de mogelijkheid, er ook mee te ontwerpen. Voor mij is dat over de toekomst na te denken en vorm, functie en betekenis te geven aan plekken.
Het beroep begeeft zich ook op een prettig spanningsveld: plekken waar iets verandert. Maar ook combineert het vak in zichzelf totaal verschillende werelden. Als klein kind wilde ik archeoloog worden, maar omdat ik ook wel aardig tekende, kwam daar het idee architect te worden bij. Via studerende vrienden begon ik mij voor fysische geografie en ecologie te interesseren. Uiteindelijk was er een uitwisselingsjaar in India voor nodig om mij terug te brengen naar het Nederlandse landschap. Trouwens, ik ben in Zeeland geboren: bij uitstek een door mensenhanden gemaakt landschap, met een heleboel mooie natuur.
Als landschapsarchitect onderscheidt je jezelf door vanuit de kennis en kunde van het vak om te gaan met de factor tijd. Landschap is bij uitstek dynamisch, constant in beweging, al is daar in een mensenleven niet altijd veel van te zien. Volgens mij is het hier je taak de boel duurzaam functionerend en ook leesbaar of mooi te houden.
Je hebt als landschapsarchitect de taak keuzes voor te leggen en de consequenties van die keuzes voor het landschap duidelijk te maken. Het belangrijkste wat ik tijdens de opleiding geleerd heb, is dat je iets te kiezen hebt. Al zeg ik daar wel direct bij dat je die keuzevrijheid wel moet relativeren, anders loop je in de val van maakbaarheid. Het is eerder zaak veranderingsprocessen te begrijpen, er op een goede manier mee te gaan en ze bij te sturen in een gewenste richting. Tijdens mijn afstudeervak bij Alterra heb ik veel nagedacht over maakbaarheid. We hebben hier een methode ontwikkeld om met stromen en veranderingsprocessen te ontwerpen.
Wat die wenselijke richting dan is heeft de landschapsarchitect niet zelf voor het zeggen; je bent vooral teamspeler. Wat je onderscheidt is dat je in staat bent met je métier “landschap” mensen bij elkaar te brengen. Tijdens mijn stage bij H+N+S Landschapsarchitecten hebben we dit heel aardig in de praktijk kunnen brengen. In een project in de Veenkoloniën bogen we ons met een compleet circus aan adviseurs en actieve publieke deelname over de toekomst van twee gemeenten. Uiteindelijk is het hier gelukt om dit bijzondere landschap als basis te nemen voor het ruimtelijke ontwerp. Iedereen herkende dit! Helemaal waardevrij is dit natuurlijk nooit; landschapsarchitectuur is óók politiek, maar dat mag niet overheersen.
Heb je jezelf tijdens je studie nog in iets speciaals verdiept of was je studie breed?
In eerste instantie breed: van filosofie en bestuurskunde tot landschapsecologie en strategische planning van metropolen. Ik heb ook veel buiten de opleiding rondgekeken en veel plezier beleefd aan het organiseren van allerlei activiteiten (excursies en symposia) voor een natuurvereniging (NJN), waar ik ook een jaar landelijk voorzitter ben geweest. Je moet ook je eigen weg vinden, misschien tot frustratie van sommige docenten... Maar op een gegeven moment heb ik mij gelukkig wel gericht op ontwerpen en ruimtelijke planning op het regionale schaalniveau.
Als landschapsarchitect moetje zowel de taal van de wetenschapper als de practicus leren spreken. Een manier om dat te doen was te schrijven, je hebt zo een goede smoes overal binnen te stappen! We hebben daarom in 2000 het tijdschrift TOPOS een nieuwe start gegeven en ben ik hoofdredacteur geworden. In een paar jaar hebben we dit met een heel goed team, ontwikkeld tot een onmisbaar medium voor studenten en vakwereld. Het gaat steeds beter en onlangs is een opnieuw versterkte redactie aan de slag gegaan. De studietijd die dit bestuurswerk kostte, verdien je meer dan terug door de ervaring!
Terugkijkend op je studie zijn er zaken die je voor verbetering vatbaar vindt?
Jazeker, het is natuurlijk nooit perfect. Toch is de opleiding soms erg "Hollands". We denken in Nederland vaak dat we heel goed weten hoe het moet - en soms is dat ook zo - maar een beetje relativering is wel op zijn plaats. Ik zou het aardig vinden als vanuit de opleiding meer samenwerking via internationale projecten gezocht wordt. In Europees verband zijn er steeds meer mogelijkheden samen te werken, waarom zie je daar op de leerstoelgroep zo weinig van terug? Natuurlijk is er de afgelopen jaren veel veranderd, maar dit is wel iets waar je constant aan moet werken. De ambitie Wageningen tot de internationale top te laten behoren kost nog veel werk!
Een tweede punt van kritiek is de gebrekkige samenwerking met andere disciplines, de planners doen dit veel beter. Uiteindelijk moet je dit als student zelf doen, maar het zou al veel schelen eens een ontwerpsessie met een andere opleiding op te zetten. Van alleen maar studio's wordt je misschien wel een goede ontwerper, maar leer je niet samenwerken. Het zou ook goed zijn als er meer groepswerk in de studio's was, dan leer je vanzelf, dat je - om je ideeën te realiseren - ook concessies te doen.
Hoe ben je in Polen terechtgekomen, en doe je daar wat met je vak?
Liefde. Maar daardoor begon ik mij wel te interesseren voor het Poolse landschap. Polen is ontzettend fascinerend, met mooie landschappen. Het land is af en toe van de landkaart verdwenen, daarna een stuk verschoven en vervolgens in nog geen halve eeuw flink door elkaar geschud. Je kunt je voorstellen wat dit met een land en de mensen doet. Toch heb ik hier veel mooie dingen gezien: dynamiek en schoonheid die ik soms in het geplande Nederland mis.
Aan het einde van mijn studie heb ik een afstudeeronderzoek gedaan naar strategische ruimtelijke planning van grote metropolen, toegespitst op landschap. Ik heb er via de universiteit meegewerkt aan symposia, onderzoek en onderwijs en verder geschreven, voor Landwerk en Poolse tijdschriften. Omdat dit goed beviel, besloot ik de gok te wagen en te proberen hier voet aan de grond te krijgen. Dat is maar gedeeltelijk gelukt, vertrouwen kweken is essentieel en dat gaat moeilijk als beginneling. Daarom heb ik Pools geleerd en mijn best gedaan veel mensen te leren kennen. Ik hoop dat dit de komende tijd leidt tot concrete projecten en opdrachten, die ik naast mijn werk bij Bosch Slabbers kan doen.
Kun je wat meer vertellen over landschapsarchitectuur in Polen?
Het is interessant te zien dat ieder volk op zijn eigen manier met landschap omgaat. Je bent geneigd te kijken naar de verschillen, maar de overeenkomsten zijn vaak talrijker. Er was een traditie van stedelijke structuurplanning met een flinke poot landschap erin, die nu aan een voorzichtige comeback begint. Er is daarnaast veel theoretisch onderzoek gedaan naar landschappen. Mede hierdoor is het vak goed geïntegreerd in de andere disciplines, maar mist het soms wel de aansluiting bij de (veranderende) realiteit. Ruimtelijke afweging, strategie en ontwerp hebben niet veel te zeggen in de grote veranderingen die Polen door maakt. Ook landschapsbescherming heeft een grote vlucht genomen. Wist je dat Polen de Europese Landschap Conventie eerder heeft getekend dan Nederland?
Er zijn zes plaatsen in het land waar je op universitair niveau voor landschapsarchitect kunt studeren, drie daarvan zijn complete opleidingen (een landbouwuniversiteit en twee technische universiteiten). Op de andere drie opleidingen is landschapsarchitectuur meer een bijvak.
Omdat er in Polen geen titelbescherming (register) is, hebben landschapsarchitecten het moeilijk. Hun beroep is dan wel erkend, maar het ontbreken van bescherming komt kwaliteit en het zelfbewustzijn niet ten goede. Voor een ontwerp of bestekstekening van een park heb je nog altijd een handtekening van een architect nodig! Bouwkundige architecten doen dus dingen, die landschapsarchitecten eigenlijk beter kunnen! Ook de link met stedenbouw die wij in Nederland kennen wordt niet vaak gelegd. Het valt mij op dat veel landschapsarchitecten noodgedwongen kiezen voor particuliere tuinen of beheer.
Het gaat gelukkig steeds beter en ook in Polen zijn genoeg interessante ontwerpers te vinden, die aardige dingen tot stand weten te brengen. Er zijn in het bijzonder in Warschau prachtige parken waar veel mensen aan werken. Het zou heel goed zijn als deze mensen inspiratie en moed van ons konden opdoen. We hebben in Nederland een behoorlijk goede positie en dat verplicht ons ook te vertellen hoe we dat voor elkaar hebben gekregen. Met wat goede ideeën komt men zeker verder! Zelf zou ik het wel leuk vinden eens met een stel landschapsarchitecten uit beide landen samen te werken. Met een excursie van het Ruimtelijk Planbureau hebben we hier al een begin mee kunnen maken, nu nog eens samen ontwerpen!
Wat zijn de ontwikkelingen in het vak die je op dit moment aanspreken?
Internationalisering staat voor mij voorop, naast onderwerpen als landschap in de ruimtelijke ordening en de aandacht voor duurzaamheid en waterbeheer.
Vakmatig kunnen we een hoop leren van andere landen en culturen (en zij van ons). Door samen te werken, ideeën en ervaringen uit te wisselen, leer je van anderen en daardoor ook van jezelf. De universiteit heeft de mogelijkheid hierin voorop te lopen, maar ook in de vakwereld zie je dat men vaker over de grens kijkt. Ik vind het bijvoorbeeld heel goed dat er nu een buitenlandse professor is aangesteld. Als studenten hebben wij de beslissing om hem te benoemen destijds van harte gesteund, we vonden het ook belangrijk dat er iemand kwam die inhoud met management combineert.
We hebben ook gepleit voor een bijzonder hoogleraar voor contacten met de vakwereld en de regionale schaal. De alumnivereniging garandeert nu de Nederlandse contacten, maar misschien kan zij iets met dit idee? Natuurlijk hoeft niet iedereen het eens te zijn met de theorieën die iemand aanhangt, maar daar moet je wel open over willen discussiëren. Ik vind het heel goed dat dit debat nu een beetje op gang komt, zoals we laatste in Blauwe Kamer hebben kunnen lezen. Jammer is wel dat sommige collega's hier wat spastisch reageren; een meer open houding zou constructiever zijn.
Wat zijn je toekomstplannen?
De komende jaren hoop ik mij verder te ontwikkelen als vakman en een bijdrage leveren aan het vakgebied, door mij verder te verdiepen in ontwerpen en te verbreden met ruimtelijk beleid. Ik hoop dat Polen vroeg of laat een grotere rol gaat spelen in mijn werk. Misschien dus nog een tijdje buitenland?.
Ik ben in mei 2005 begonnen bij Bosch Slabbers landschapsarchitecten, een bekend bureau met een grote staat van dienst en leuke mensen. Het is voor mij een goede plek om ervaring op te doen en zelf een bijdrage te leveren door concrete en minder concrete ontwerpen te maken.
Als zich een interessant onderwerp aandient wil ik zeker eens over promotie nadenken, al vind ik wel dat je als landschapsarchitect eerst praktijkervaring moet hebben voor je hieraan begint. Er zijn veel te weinig landschapsarchitecten met onderzoekservaring! Bij de aanstelling van de nieuwe hoogleraar schrokken we van het feit dat het aantal mensen met een titel op een hand te tellen is!
Verder wil ik vooral midden in de vakdiscussie blijven staan door af en toe te schrijven en actief te zijn in de vakvereniging NVTL en de alumnivereniging. Ik hoop zo ook de deur naar de internationale markt een beetje open te zetten en - andersom - mensen te interesseren voor wat er in Europa gebeurt. Een manier om dat te doen heb ik al gevonden, met de nieuwsbrief en website van EFLA.
Zijn er nog zaken die je belangrijk vindt om hier te melden?
Lof voor de oprichters van de alumnivereniging! Misschien moeten jullie eens met TOPOS om de tafel gaan? Ik denk dat de redactie altijd belangstelling heeft voor interessante schrijvers (lid worden kan natuurlijk altijd). Mensen die willen weten wat er allemaal in Europa gebeurt, moeten zich zeker op de EFLA e-nieuwsbrief abonneren!
|