Anneke:
¡®Ja, ik zag bij de oprichting van de AWL in 2005 een plek voor me van ontmoeting en de mogelijkheid om iets bij te dragen aan de opleiding. Het verlangen van de afgestudeerde landschapsarchitect naar contact met de opleiding is groot. Hij/zij is emotioneel betrokken bij de ontwikkelingen van de vakgroep en de kwaliteit van de afstudeerders. Dat is voor mij een belangrijke beweegreden geweest. De vraag is wel: wil de leerstoelgroep van die betrokkenheid gebruik maken?
Ik merk dat er wel positief gereageerd wordt op ons bestaan maar het wordt niet concreet. De database, toch een mooi product met informatie over afgestudeerde landschapsarchitecten die een bijdrage aan de opleiding willen geven, wordt niet geraadpleegd. Erg jammer ook gezien de energie en het geld dat we erin gestoken hebben. We zitten niet goed in de hoofden van de medewerkers van de leerstoelgroep.
Misschien kan er wel wat veranderen. Met Adri van den Brink hebben we kortgeleden in ons kennismakingsgesprek afgesproken dat de AWL telefonisch een quick-scan gaat doen naar de tevredenheid over de kwaliteit van de net afgestudeerden bij de werkgevers van jonge landschapsarchitecten. We spreken wel over het al of niet kunnen ontwerpen van de Wageningse afgestudeerde T & L-er, maar feitelijk weten hoe erover gedacht wordt doen we niet. Het is wel zo, dat het aandeel ¡®ontwerpen¡¯ in de Wageningse studie steeds kleiner wordt. Weliswaar zijn de Wageningers heel goed in theoretisch en systeem denken, maar ontwikkeling van de creatieve kant is nodig, als we goede ruimtelijke ontwerpen willen blijven maken.
De Alumniclub heeft grote ambities en dat is goed. De stichtingsdoelen zijn onverkort van toepassing. Maar de Alumnivereniging moet oppassen voor een teveel: de ambities zijn soms groter dan de energie die de bestuursleden, die allemaal gewoon hard werken, kunnen opbrengen. Dat uit zich in het niet halen van deadlines en het niet goed van de grond komen van een aantal geplande activiteiten als het mentorschap. Bovendien zijn er ook allerlei andere organisaties die activiteiten ontplooien.
Beter is: minder doen maar wel heel goed. De Bijhouwerlezingen zijn een voorbeeld van iets wat we goed doen evenals het debat in februari 2008 ¡®DE ONGEMAKKELIJKE VERHOUDING TUSSEN WETENSCHAP EN ONTWERP¡¯, dat we organiseerden. Die evenementen zijn goed bezocht geweest. Minder bezocht zijn de hagepreken, die we jaarlijks ter gelegenheid van de jaarvergadering organiseren. Maar het is wel zo¡¯n leuke activiteit; die moeten we houden, misschien wat minder vaak.
De tentoonstelling van landschapsarchitecten-kunst in het FORUMgebouw en het boom planten voor Meto in september 2009 waren geweldig mooie gebeurtenissen waar ik met plezier op terugkijk.¡¯
|