AWL

Leerstoelgroep

Interview

Mentorschap

Agenda

Vraag & aanbod

Vacaturebank

Links

 
 

¡®founding mothers¡¯ van de AWL
Marianne van Lidth de Jeude in gesprek met
Anneke Nauta en Jannemarie de Jonge

Jannemarie de Jonge en Anneke Nauta, twee ¡®founding mothers¡¯ van de AWL, hebben afscheid genomen van het bestuur. Een goed moment om hen te vragen: met welke ideeën richtte je de AWL op en welke vind je op dit moment gerealiseerd en welke niet?


Jannemarie:

¡®Het doel was altijd dubbel: een club op te richten zowel om elkaar te ontmoeten te steunen bij de uitoefening van het vak maar ook voor dienstverlening aan en loyaliteit met de leerstoel.

Ik heb altijd genoten van de vergaderingen en de AWL bijeenkomsten met mensen met roots in het vak, breed georiënteerd en met variatie in werkkringen.

Het was professor Kho met zijn ervaring in Amerika, waar alumni een belangrijke bijdrage leveren aan de universiteiten ¨C ook in financiële zin - , die om een club van alumni vroeg. Een stichtingsvergadering, waaraan behalve een aantal leden van het eerste bestuur Meto Vroom, Harry Harsema, Hank van Tilborg en Herman Schotanus deelnamen, gaf gehoor aan de vraag. De alumnivereniging, die er uit is voortgekomen, is een wat andere koers gaan varen dan Kho beoogde. Vooralsnog hebben we geen vanzelfsprekende bijdrage aan de leerstoelgroep en de studenten.  Dat is jammer want alumni hebben veel te bieden: expertise en enthousiasme. Maar de relatie kan natuurlijk intensiever worden als de leerstoelgroep daar belang aan hecht.

Wat doen we dan wel goed voor onze leden en voor de leerstoel? Op de bijeenkomst van ¡®Heimwee naar De Hucht¡¯ werd me duidelijk dat het delen van de passie voor het vak en wat daarbij hoort (er werd met veel overtuiging geboden op oude kaarten, maquettes e.d.) zo belangrijk is. Het boom planten ter ere van Meto Vroom was ook zo¡¯n moment. Ik denk dat contacten tussen alumni en studenten ook heel waardevol zijn. Het is belangrijk om het verhaal van de vakbeoefenaars en hun werk te vertellen en door te geven aan de volgende generaties. Dat gebeurt nu sterker dan voorheen door architectuurhistorische publicaties, zoals ¡®Maakbaar Landschap¡¯, dat net is uitgebracht, over Nederlandse Landschapsarchitecten van na de oorlog. En de ¡®Blauwe Kamer¡¯ is natuurlijk van onschatbare waarde. We moeten de ontwerparchieven beter beschermen en toegankelijk maken. Het is een taak om de aandacht voor de lange lijn in het vak te onderhouden. De generaties hebben elkaar veel te vertellen, dat voor de continuïteit en de kwaliteit van het vak van groot belang is. Hier ligt ook een van de taken van de AWL.¡¯


Anneke:

¡®Ja, ik zag bij de oprichting van de AWL in 2005 een plek voor me van ontmoeting en de mogelijkheid om iets bij te dragen aan de opleiding. Het verlangen van de afgestudeerde landschapsarchitect naar contact met de opleiding is groot. Hij/zij is emotioneel betrokken bij de ontwikkelingen van de vakgroep en de kwaliteit van de afstudeerders. Dat is voor mij een belangrijke beweegreden geweest. De vraag is wel: wil de leerstoelgroep van die betrokkenheid gebruik maken?

Ik merk dat er wel positief gereageerd wordt op ons bestaan maar het wordt niet concreet. De database, toch een mooi product met informatie over afgestudeerde landschapsarchitecten die een bijdrage aan de opleiding willen geven, wordt niet geraadpleegd. Erg jammer ook gezien de energie en het geld dat we erin gestoken hebben. We zitten niet goed in de hoofden van de medewerkers van de leerstoelgroep.

Misschien kan  er wel wat veranderen. Met Adri van den Brink hebben we kortgeleden in ons kennismakingsgesprek afgesproken dat de AWL telefonisch een quick-scan gaat doen naar de tevredenheid over de kwaliteit van de net afgestudeerden bij de werkgevers van jonge landschapsarchitecten. We spreken wel over het al of niet kunnen ontwerpen van de Wageningse afgestudeerde T & L-er, maar feitelijk weten hoe erover gedacht wordt doen we niet. Het is wel zo, dat het aandeel ¡®ontwerpen¡¯ in de Wageningse studie steeds kleiner wordt. Weliswaar zijn de Wageningers heel goed in theoretisch en systeem denken, maar ontwikkeling van de creatieve kant is nodig, als we goede ruimtelijke ontwerpen willen blijven maken.

De Alumniclub heeft grote ambities en dat is goed. De stichtingsdoelen zijn onverkort van toepassing. Maar de Alumnivereniging moet oppassen voor een teveel: de ambities zijn soms groter dan de energie die de bestuursleden, die allemaal gewoon hard werken, kunnen opbrengen. Dat uit zich in het niet halen van deadlines en het niet goed van de grond komen van een aantal geplande activiteiten als het mentorschap. Bovendien zijn er ook allerlei andere organisaties die activiteiten ontplooien.

Beter is: minder doen maar wel heel goed. De Bijhouwerlezingen zijn een voorbeeld van iets wat we goed doen evenals het debat in februari 2008 ¡®DE ONGEMAKKELIJKE VERHOUDING TUSSEN WETENSCHAP EN ONTWERP¡¯, dat we organiseerden. Die evenementen zijn goed bezocht geweest. Minder bezocht zijn de hagepreken, die we jaarlijks ter gelegenheid van de jaarvergadering organiseren. Maar het is wel zo¡¯n leuke activiteit; die moeten we houden, misschien wat minder vaak.

De tentoonstelling van landschapsarchitecten-kunst in het FORUMgebouw en het boom planten voor Meto in september 2009 waren geweldig mooie gebeurtenissen waar ik met plezier op terugkijk.¡¯

 
 

 

 
 
 

Lees hier het interview met:

Gertjan Jobse

Pauline de Koning

Vincent Grond

 
 
   
moncler jackets saleugg ꬯ougg wholesalemoncler coatsnike af1Christian Louboutin Salemoncler jackets outletugg bailey button kidsugg kids bailey buttonugg boots on sale